In het AMC wordt één keer per maand op
de polikliniek chirurgie een multidisciplinair spreekuur gehouden waar
patiënten worden gezien met aangeboren vaatafwijkingen. Op dit spreekuur zijn een
vaatchirurg, plastisch chirurg, radioloog en dermatoloog aanwezig. Meestal gaat
het hier om tertiaire verwijzingen.
Tot de aangeboren vaatafwijkingen
(AVA's) worden die afwijkingen gerekend die gekenmerkt worden door:
· de aanwezigheid van abnormale vaten
·
een
scala aan 'signs and symptoms', die beschouwd worden als een gevolg van de
vasculaire disfunctie
·
een
onbekende aetiologie
·
nu
eens direct bij de geboorte aan het licht komen, dan weer op middelbare
leeftijd, zij het dat het merendeel zich tijdens de eerste twee decennia
manifesteert
·
door
een onvoorspelbaar beloop.
De afwijking kan bestaan uit een klein
vlekje dat soms kan uitgroeien tot een ontsierende en soms invaliderende
laesie. Alle afwijkingen hebben gemeen dat er afwijkende vaatstructuren aangetoond
worden d.m.v. fysische diagnostiek of aanvullende beeldvorming, soms vergezeld
van persisterende embryonale vaatstructuren. De andere afwijkingen, die de
vaatmisvorming begeleiden en die tot nu toe als secundair aan de vasculaire
disfunctie beschouwd werden zijn:
·
vermeerderde
groei van bot en weke delen
·
atrofie
van musculatuur
·
botmisvorming
door de aanwezigheid van intra-ossale vaatstructuren
·
pseudo-hypertrofie
door intramusculaire en subcutane caverneuze vaatafwijkingen.

Anamnese
Voor het verkrijgen van inzicht in het
gedrag van de afwijking zijn antwoorden op de volgende vragen van belang:
·
Wat
was bij de geboorte reeds een afwijking zichtbaar, bijv. een vlek, een
depigmentatie, lengteverschil, motorische asymmetrie?
·
Hoe
ontwikkelden de afwijkingen zich sinds de geboorte?
·
Was
er een proportionele groei (AVA) ofwel een zeer snelle toename (onrijp
hemangioom)?
·
Als
de afwijking niet aanwezig was bij de geboorte, wanneer werd het dan voor het
eerst waargenomen? Wat was het eerste teken en wat het eerste symptoom?
·
Is
er een (vermeende) relatie tussen ontstaan of verergering (vergroting) van de
afwijking en lichamelijke ontwikkeling zoals menarche en zwangerschappen of
locale trauma's of stress?
·
Bestaan
er atypische pijnklachten?
·
Is
de aandoening familiair?
·
Hoe
invaliderend is de afwijking?
Bij routine lichamelijk onderzoek
letten op uitingen van vaatanomalieën op andere plaatsen dan door de patiënt
wordt aangegeven, asymmetrie in groeisnelheid, onbegrepen pijn in het bijzonder
in de extremiteiten, pigmentatieverschillen.
·
Inspectie
status localis:
o
symmetrie,
gelokaliseerde- of hemi-hypertrofie
o
kleur:
framboosrood met heldere hof en incidenteel centrale ulceratie,
varices-tekening, typisch in parva of magna gebied, dan wel atypisch, meestal
aan de laterale zijde van de extremiteit, gepaard gaande met een naevus
vinosus.
o
uitbreiding:
metamere begrenzing (d.w.z. dermatoom-gebonden).
o
(pseudo-)hypertrofie
o
littekens
·
Palpatie:
o
palpabele thrill (A-V fistel)
o
mate
van lengte- en omtrekverschil
o
beoordeling
van hypertrofie dan wel pseudo-hypertrofie
o
persisterende
marginaal vene
o
niet
functionerend diep systeem
o
nauwkeurige
beschrijving van consistentie, samendrukbaarheid, aanwezigheid van palpabele
flebolieten
o
notitie
over perifere pulsaties.
Beeldvormend onderzoek is afhankelijk
van de aard van de afwijking en de eventuele therapeutische consequenties. Wat
men bij lichamelijk onderzoek aan de buitenkant ziet is meestal het topje van
de ijsberg. De afwijking breidt zich vaak in de diepte uit en respecteert geen
anatomische structuren. Als vuistregel geldt dat MRI vaak de beste informatie
geeft. Met MRI is het ook mogelijk om onderscheid te maken tussen high flow
(arterioveneus) en low flow (veneus, lymfoveneus) laesies. Soms is aanvullend
duplex onderzoek nuttig. Indien op basis van het lichamelijk onderzoek blijkt
dat het om een arterioveneuze malformatie gaat is catheterangiografie erg
informatief, vooral ook om de mogelijkheden voor embolisatie verder te
beoordelen en dit eventueel in dezelfde sessie uit te voeren.
Therapie
Op grond van de gegevens, verkregen
uit de bovengenoemde onderzoeken kan men zich een beeld vormen over de
uitbreiding van de afwijking, de samenstelling en het gedrag. Het is niet de
bedoeling nu een syndroom diagnose te stellen, men moet zich beperken tot het
inventariseren, bijv. "Het betreft hier een primair veneuze afwijking die
zich subcutaan van ... tot ... uitbreidt, zich in de volgende spiergroepen
bevindt, maar het bot vrijlaat". Met deze gegevens is men in staat een
behandelplan op te stellen.
De mogelijkheden van behandeling
worden bepaald door de anatomische uitbreiding en door het bestaan van én het
aantal AV fistels. Het klachtenpatroon bepaalt natuurlijk sterk hoe ver men in de
behandeling wil gaan.
De behandelingsadviezen zijn gebaseerd
op individueel maatwerk en in het algemeen als volgt:
·
Conservatief bij weinig klachten en beperkte
lesies of indien een behandeling gepaard zou gaan met ernstig functieverlies.
Leefstijladviezen, compressiekousen, aangepast schoeisel, aangepast werk en
dergelijke zijn vaak waardevolle adviezen.
·
Behandeling
door de interventieradioloog: embolisatie van arterioveneuze fistels of intralesionaal
scleroseren van veneuze/lymfoveneuze afwijkingen. Deze behandeling is vaak
te prefereren boven een operatie.
·
Operatieve
debulking, soms in
combinatie met een radiologische interventie. Dit is slechts nodig bij een
kleine groep patiënten.
Zweep HP, Rieu PN, van Die CE, Boll AP, Steijlen PM, Spauwen PH. [Haemangiomas and congenital vascular malformations: their classification and diagnosis] Ned Tijdschr Geneeskd. 2002;146:1072-7. Review. Dutch.
Lee BB.New approaches to the treatment of congenital vascular malformations (CVMs)—a single centre experience(+ review).Eur J Vasc Endovasc Surg. 2005;30:184-97.