Benigne
focale leverafwijkingen (solide)
Hepatocellulair adenoom
Dit is een benigne afwijking bestaande uit normale levercellen welke
gerelateerd is aan het gebruik van hormonen, zoals orale anticonceptiva en
anabole steroïden. Het is een zeldzame afwijking die meestal (95%) bij vrouwen
voorkomt. In 30% zijn er meerdere laesies aanwezig. Klachten treden meestal
niet op tenzij er een complicatie zoals een bloeding of ruptuur optreedt. Het
pil-adenoom kan in grootte afnemen door het staken van de anticonceptiva. De
laesie kan echter ook spontane in regressie treden. Zwangerschap kan de groei
stimuleren en de risico’s hiervan dienen besproken worden.
De diagnostiek bestaat uit echografie, meerfasen CT-scan en evt. MRI.
Differentiatie met FNH kan moeilijk zijn. Er bestaat een kans van 5% op maligne
ontaarding zodat bij een diameter >5 cm geadviseerd wordt tot resectie, met
een krappe marge. Ook bij klachten zoals pijn of bloeding kan een resectie
overwogen worden. Transarteriele embolisatie is de voorkeursbehandeling indien
in een adenoom een bloeding ontstaat. Ook wordt deze techniek steeds vaker
gebruikt om adenomen te doen slinken.
Focale nodulaire hyperplasie(FNH)
Dit een benigne afwijking van de lever waarbij geen kans bestaat op maligne
ontaarding. Slechts in 20% van de patiënten bestaan er klachten zoals pijn in
de bovenbuik. Middels meerfasen CT-scan of MRI kan de diagnose meestal gesteld
worden. Karakteristiek hierbij is de ‘central scar’ die als een stervormige
fibrotische kern zichtbaar is. Een enkele keer kan met nucleaire geneeskunde de
diagnose bevestigd worden. De trias hypervascularisatie, normale of verhoogde
opname van colloïd en normale of verlaagde opname met vertraagde uitscheiding
van HIDA zou typisch zijn voor een FNH. Er bestaat geen indicatie voor
chirurgie indien er geen klachten (mmestal pijn) bestaan en als de diagnose
vaststaat. Differentiatie tussen FNH en adenoom kan moeilijk zijn. Indien aan
de diagnose getwijfeld wordt dient histopathologisch onderzoek te worden
verricht.
Hemangioom
Het hemangioom van de lever is een goedaardig proliferatie van dunwandige
bloedvaten dat meer bij vrouwen dan mannen voorkomt. De meeste hemangiomen in
de lever zijn asymptomatisch en worden bij toeval gevonden. Zij behoeven dan
ook geen behandeling. De kans op bloedingen of ruptuur is waarschijnlijk minder
dan 1% en rechtvaardigt geen preventieve behandeling. Alleen indien er klachten
bestaan van pijn in de bovenbuik of compressie van maag en duodenum dient
resectie overwogen te worden. Door de trage bloedstroom in het hemangioom geeft
dit een karakteristieke aankleuring op CT scan en MRI na contrasttoediening.
Soms worden calcificaties in de laesie gevonden die met echografie gezien
kunnen worden waargenomen. Differentiatie met ander soorten laesies is meestal
niet moeilijk. Hemangiomen komen frequent multipel voor (20%).
Focale steatose en non-steatose
Steatose is een verhoogde stapeling van triglyceriden in de lever welke
vooral gezien wordt bij adipositas, alcoholmisbruik, ontregelde diabetes,
dyslipidaemie, chemotherapie en het gebruik van coticosteroïden. Meestal is de
steatose homogeen verdeeld maar soms ontstaan gebieden met steatose (focale
steatose) of worden juist gebieden gespaard (focale non-steatose). Soms kan het
moeilijk zijn deze gebieden te differentiëren van andere laesies zoals
hemangiomen en metastasen.
Benigne
focale leverafwijkingen (cysteus)
Levercyste (niet parasitair)
Een eenvoudige levercyste is een benigne afwijking die bekleed is met galgangepitheel
terwijl er meestal geen verbinding (meer) bestaat met de galwegen. De
incidentie wordt geschat op 2-5% van de populatie. De cystes kunnen multipel
voorkomen, soms in het kader van polycysteuse leverziekte en bij de ziekte van
Caroli. Hoewel steeds vaker een CT scan of MRI vervaardigd wordt is echografie
meestal voldoende als diagnosticum en met name bij kleine laesies (<1 cm)
gevoeliger om te differenteren tussen andere focale afwijkingen. Alleen
symptomatische cysten behoeven therapie, waarbij percutane punctie met
sclerosering met alcohol of tetracycline de voorkeur geniet. Bij falen hiervan
of recidievering kan de cyste chirurgisch worden gedecapiteerd. Deze operatie
kan laparoscopisch uitgevoerd worden waarbij het dak van de cyste wordt verwijderd
zodat de inhoud in de buikholte wordt opgenomen. Van belang is de cyste ruim te
openen om de recidiefkans zo klein mogelijk te maken. Eventueel kan omentum in
de holte gebracht worden. Bij multipele cysten moeten de tussenschotten worden
gekliefd waarbij gedacht moeten worden aan de mogelijkheid dat zich hierin
bloedvaten en galtakken kunnen bevinden.
Maligne degeneratie is extreem zeldzaam maar onderscheid moet gemaakt
worden met het zeldzamere cystadenoom welke wel maligne kan ontaarden tot een
cystadenocarcinoom. Deze tumor gaat uit van de intrahepatische galwegen en
kenmerkt zich door een dikkere onregelmatige wand. De therapie van deze laesies
bestaat uit een radicale resectie waarna de prognose goed is.
Echinococcuscyste (hydatide cyste)
Deze parasitaire infectie komt in Nederland vrijwel uitsluitend bij
immigranten uit Marokko en Turkije voor. De mens is een tussengastheer waarbij
het larvestadium cysteuze lesies in de lever kan veroorzaken. De cyste bestaat
uit een dunne buitenste laag en een binnenste kiemlaag (endocyste) waarin zich
de scolices (larven) bevinden waaruit nieuwe dochtercysten kunnen ontstaan. De
cyste wordt omgeven door een pericyste bestaande uit bindweefsel van de
gastheer. Complicaties zijn ruptuur naar de buikholte of galwegen waarna
secundaire infectie van de cyste kan volgen.
De indirecte hemagglutine-test (IHAT) en de ELISA hebben beide een
sensitiviteit van 89% bij het aantonen van leverechinococcen. Echografie kan de
diagnose in 75% goed stellen, zeker in combinatie met serologie (93%).
Echografie speelt ook een belangrijke rol bij het vervolgen na therapie. De
behandeling van deze parasitaire infectie bestaat uit langdurige therapie met
Albendazol (2x dd 400 mg), welke in 75% succesvol de parasiet doodt. De behandeling
van de symptomatische cyste kan chirurgisch of met de PAIR-methode
(Punctie/Aspiratie/Instillatie/Reaspiratie) gebeuren. Bij deze laatste methode
wordt de cyste onder echografische controle percutaan aangeprikt en
leeggezogen. Vervolgens wordt de cyste enige tijd gevuld met alcohol of
hypertoon zout (10% NaCl) om sclerosering (en doden van de parasiet) te
bewerkstelligen. Uit prospectief vergelijkend onderzoek is gebleken dat deze
methode even effectief is als chirurgie, maar dat er minder complicaties (32%
vs 84%) optreden en derhalve de therapie van eerste keuze is. Als de PAIR
methode niet mogelijk is doordat er te weinig ‘bedekkend’ leverweefsel op de
punctie plaatst aanwezig is of omdat de cyste verbinding heeft met de galwegen
zal chirurgische therapie noodzakelijk zijn. Deze bestaat uit resectie,
pericystectomie (excisie cystewand) of endocystectomie indien de wand
infiltreert in grote bloedvaten zoals de vena cava. Aangezien spill van de
cyste-inhoud de parasitaire infectie kan verspreiden of zelf een anafylactische
shock kan veroorzaken dient spill te allen tijden vermeden te worden. Om deze
complicaties te voorkomen kan het operatiegebied met in hypertoon zout
gedrenkte gazen afgeschermd worden en dient de cyste eerst leeg gepuncteerd te
worden om vervolgens gespoeld te worden met hypertoon zout. De operatie gebeurt
onder Albendazol bescherming (4 dagen voor tot 4 weken na operatie).
Leverabces (bacterieel)
Leverabcessen ontstaan in de westerse wereld meestal door infecties
verspreid via de galwegen (t.g.v. biliaire obstructie, cholangitis,
biliodigestieve chirurgie, biliaire stentplaatsing) en via de hematogene weg
(vena portae) bij complicaties van intra-abdominale infecties zoals
appendicitis of diverticulitis. De diagnose wordt meestal gesteld door een
kliniek met infectieuze parameters en beeldvorming middels echografie of CT
scan. De behandeling bestaat uit drainage (bij voorkeur percutaan) met gerichte
antibacteriële therapie gedurende 6 weken (waarvan 2 weken intraveneus).
Eventueel kan de abcesholte worden gespoeld. Chirurgische drainage is
zelden noodzakelijk. In meer dan de helft van de gevallen is er sprake van
meerdere abcessen of abcessen met interne septae. Uiteraard dient tevens de
primaire oorzaak van deze infectie adequaat behandeld te worden.