CAROTIS-ENDARTERIËCTOMIE
Algemene principes
Atherosclerose
van de carotisbifurcatie kan leiden tot obstructies of tromboembolieën in het
stroomgebied van de a. carotis met blijvende ('stroke') of voorbijgaande
('Transient Ischemic Attack's = TIA's) neurologische verschijnselen.
Carotis-operaties betreffen vrijwel steeds endarteriectomieën ter voorkoming
van cerebrovasculaire accidenten (CVA's).
Indicatiestelling
Onderzoek
heeft aangetoond dat patiënten met een TIA of CVA dat genezen is met weinig
restverschijnselen, bij een 70 - 99% carotisstenose belangrijk voordeel kunnen
hebben bij een endarteriëctomie. De indicatie tot carotischirurgie wordt steeds
gesteld in samenspraak met de neuroloog na een standaard pre-operatieve
analyse. Ieder patiënt dient besproken te worden op de multidisciplinaire
vaatbespreking. Het AMC
participeert in de International Carotid Stenting Study (ICSS trial). In
deze trial wordt carotisendarteriëctomie vergeleken met PTA/stent. De CHIVO
regelt de coördinatie rond deze trial. In principe worden in het AMC geen
patiënten met een asymptomatische carotisstenose geopereerd wegens het te hoge
NNT (rond de 18).
Een
carotis endarteriëctomie gaat gepaard met ongeveer 5% peri-operatieve
complicaties (ernstige neurologische uitval in 2%).
Onderstaande
tabel geeft de globale NNT ter voorkoming van een CVA binnen 2 jaar na een
carotisendarteriectomie.
% Stenosering NNT
Symptomatische
stenose 70 - 99 % 8
50 - 69 % 20
<
50 % 67
Preoperatieve analyse en regelingen
De
speciële preoperatieve analyse geschiedt door de neuroloog. Omdat het voordeel
van een interventie snel minder wordt naarmate de tijdsspanne tussen het event
en de interventie langer wordt bestaat er een semispoedindicatie voor
behandeling. Bij voorkeur wordt patiënt binnen een paar weken behandeld.
Naast
de neurologische bevindingen is het volgende van belang:
< duplex (vaatcentrum). NB. Op de dag voor de operatie of PTA
dient nog een controle duplex te gebeuren om te beoordelen of de a. carotis nog
open is. Bij een (asymptomatische) occlusie vervalt namelijk de indicatie voor
een interventie.
< een groot deel van de patiënten kan op basis van duplex
gegevens worden geopereerd. Ter aanvulling wordt echter vaak nog een CTA
gemaakt. De combinatie van beide onderzoeken maakt de indicatiestelling, die
erg afhangt van de mate van stenosering, met name voor ‘borderline’ letsels
nauwkeuriger.
< ruim voor de operatie moet de peroperatieve EEG bewaking met
de afdeling neurofysiologie zijn geregeld, indien geen EEG bewaking beschikbaar
is wordt peroperatief met een carotisshunt gewerkt.
< Indien de patiënt participeert in de ICSS trial en heeft
geloot voor PTA/stent, dan dient de patiënt voor de interventie op de afdeling
75 mg Plavix te krijgen en gaat hier 3 maanden mee door. De PTA geschiedt op de
interventiekamer van de radiologie onder anesthesiologische bewaking wegens de
serieuze kans op bradycardieën tijdens de PTA.
Operatie
Operatie-omstandigheden:
< Algehele
anesthesie
< Per-operatieve EEG
monitoring.
< Arterielijn voor
per-operatieve drukmonitoring.
Techniek:
< Vrijleggen van de
carotisbifurcatie via lengte-incisie vóór langs de m. sternocleido-mastoïdeus.
Klieven van v. facialis. Teugeling van a carotis communis, a carotis interna en
a carotis externa met 'vessel loops'. Sparen van n. vagus en n. hypoglossus.
< Om prikkeling van
sinus carotis (baroreceptor!) te vermijden, niet prepareren in de hoek tussen
a. carotis interna en a. carotis externa
< Na optimale
expositie van de bifurcatie systemisch hepariniseren (100 U heparine / kg
lichaamsgewicht).
< Proefafklemming
gedurende 3 minuten van a. carotis communis en a. carotis externa om de
noodzaak voor een tijdelijke shunt vast te stellen. Tijdens de afklemming
continue EEG bewaking door neurofysioloog.
< Indicatie voor
gebruik van intraluminale shunt: ischemische EEG veranderingen binnen 3 minuten
na proefafklemming.
< Na definitieve
afklemming van a. carotis communis (met vaatklem) en a. carotis externa en
distale a. carotis interna (met 'bulldog') lengte arteriotomie over bulbus
vanaf a. carotis communis tot voorbij de lesie in de a. carotis interna. Zo
nodig nu inbrengen van intraluminale shunt.
< Endarteriëctomie
van a. carotis interna geheel à vue en (blinde) endarteriëctomie van de
oorsprong van de a. carotis externa.
< Sluiten van
arteriotomie, afhankelijk van diameter van de bulbus primair of met een veneuze
of kunststof patch. Een veneuze patch wordt meestal uit de lies gehaald (VSM).
Tevoren zorgvuldig retrograad 'flushen' met name vanuit de a. carotis interna
om cerebrale luchtembolie te voorkomen. Uitnemen van eventuele shunt uit a.
carotis interna met open, terugbloedende, a. carotis interna vlak voor het
afknopen van de geheel vóórgelegde hechtingen. Eventueel de heparine (partieel)
antagoneren met protamine.
< Separaat sluiten
van peri-arterieel weefsel, platysma en huid met (eventuele achterlating van
Redon drain).
Post-operatief beleid
< Op recovery:
controle neurologische status van de patiënt.
< Let op zgn. hyperperfusiesyndroom.
Hyperperfusie kan leiden tot een cerebrale bloeding en kan tot enkele dagen
na een carotis operatie optreden. Het eerste symptoom is vaak hevige éénzijdige
hoofdpijn na de operatie en oplopende bloeddrukken. Epileptische insulten en
een bloeding kunnen onderdeel zijn van het hyperperfusie syndroom. Patiënten
met een subtotale stenose die eerder een stroke hebben doorgemaakt lopen een
hoger risico. Het achterliggende mechanisme is mogelijk hersenoedeem en
uiteindelijk bloeding t.g.v. hyperperfusie van een capillair bed dat aan een
low-flow state gewend is. De behandeling bestaat uit bedrust, analgetica,
stoppen antistolling en agressieve behandeling van eventuele hypertensie.
< Controle duplex
scan van de geopereerde kant afspreken voor 3 maanden na de operatie, dit
combineren met een polikliniekbezoek op dezelfde dag. Indien de controles op de
polikliniek goed zijn, bestaat er geen indicatie om patiënt te blijven
controleren daar dit momenteel geen consequenties heeft. Naar huidig inzicht
Ascal 100 mg. levenslang continueren. Patiënten met een PTA/stent vallen in het
ICSS follow-up protocol.
Referenties:
o Rothwell PM, Eliasziw M, Gutnikov SA, Fox AJ, Taylor DW, Mayberg
MR, Warlow
o CP, Barnett HJ; Carotid Endarterectomy Trialists' Collaboration. Analysis
of pooled data from the randomised controlled trials of endarterectomy for
symptomatic carotid stenosis. Lancet. 2003;361:107-16.
o Rothwell PM, Eliasziw M, Gutnikov SA, Warlow CP, Barnett HJ; Carotid
Endarterectomy Trialists Collaboration. Endarterectomy for symptomatic carotid
stenosis in relation to clinical subgroups and timing of surgery. Lancet.
2004;363:915-24.
o Chambers BR, Donnan GA. Carotid endarterectomy for asymptomatic carotid
stenosis. Review.
o Cochrane
Database Syst Rev. 2005;(4):CD001923.
o van Harten B, van Gool WA, Legemate DA. Cerebral
hyperperfusion syndrome following carotid endarterectomy. Ned
Tijdschr Geneeskd. 1997;141:2461-4.