MAAGCARCINOOM
Het cbo heeft in 2001 richtlijnen opgesteld voor de behandeling
van het maagcarcinoom. Deze zijn terug te vinden via links op het internet
(www.cbo.nl of www.oncoline.nl). Voor patiënten met een GE junctie of cardia
tumor verwijzen wij naar hoofdstuk 28. Deze patienten zullen veelal een
transhiatale oesofagus cardia resectie ondergaan (Siewert type II). Voor de GE
junctie tumoren die minder dan 1 cm in de oesofagus ingroeien (Siewert type
III) geldt dat zij in aanmerking komen voor een totale maagresectie, indien er
sprake is van een in opzet curatieve behandeling. Voorwaarden hiervoor zijn:
stadium pre-operatieve analyse maximaal T3 en geen metastasen op afstand (zie
hiervoor pre-operatieve work-up).
Voor de corpus of distale maag tumoren geldt dat een palliatieve
resectie of gastro intestinale bypass (gastro-enterostomie) een optie is.
Palliatie / Inductie
Bij T4 tumor of
grote truncale lymfklierpaketten kan gekozen worden voor inductie-chemo
therapie (down staging van de tumor)
Bij proximale
tumor brachytherapie of stenting
Bij distale
tumor gastro-enterostomie of palliatieve resectie
Pre-operatieve analyse
analyse
operabiliteit (ECG, X-thorax, lab; icc cardioloog/longarts op indicatie)
endoscopie +
bioptie
eventueel
endosonografie ter beoordeling GE junctie bij proximale carcinomen
echo of CT
lever (metastasen?)
Pre-operatieve voorbereiding
epidurale
pijnstilling
antibiotica
tijdens inleiding, zo nodig herhalen na enige uren (zie hoofdstuk 2.2)
Neo-adjuvante behandeling
n.a.v. de recente onderzoeken van Cunningham et al. en Mc
Donald et al. waarbij gunstige effecten zijn aangetoond van neoadjuvante
therapie bij het maagcarcinoom zal binnenkort gestart worden met een fase-2
onderzoek naar het effect van neo-adjuvante chemo-radiotherapie in deze
patiëntengroep (MAGIC Trial).
Operatieve techniek bij partiële maagresectie
Omentum majus
afprepareren van colon transversum.
Onderbinden a.
gastro-epiploïca dextra.
Onderbinden a.
gastrica dextra.
Klieven duodenum tussen klemmen (voor BI anastomose).
Klieven duodenum met stapler (voor BII anastomose of Roux-Y).
Onderbinden van descenderende tak van a. gastrica sinistra.
Verzorgen van
curvatura major en minor.
Plaatsen van stapler op plaats van resectie; klem distaal op
maag. Staplernaad overhechten.
Zo mogelijk BI
anastomose met doorlopend PDS 3 x 0.
Gastrojejunostomie volgens BII of Roux-Y; lis in principe
retro-colisch omhoog brengen (antecolisch in geval van irradicaliteit of
palliatie).
Maagrest
fixeren aan mesocolon transversum.
lymfklier dissectie langs a hepatica, a lienalis en a
gastrica sinistra (“R1,5” resectie). Een formele R2 resectie (met medeneming
van milt en pancreasstaart) blijkt geen langere overleving te geven en gaat
gepaard met een significant hogere postoperatieve mortaliteit (Bonenkamp et al,
Lancet 1995).
Operatieve
techniek bij totale maagresectie
Als bij
partiële maagresectie.
vrijprepareren distale oesofagus t.p.v. de hiatus
Mobiliseren
curvatura major
Klieven van
alle vasa brevia.
Onderbinden van
a. gastrica sinistra en vena coronaria aan basis. (lymfklierdissectie langs de
a. hepatica, a. lienalis tot aan a. gastrica sinistra)
Oesofago-jejunostomie (end to side), doorlopend met PDS 3x0
(eventueel met circulaire stapler). Roux-Y reconstructie (side to side jejuno-jejunostomie;
40 cm waterslot ter preventie gallige reflux)
naaldjejunostomie
Postoperatieve maatregelen
postoperatief
neussonde (snel verwijderen)
bij een partiële maagresectie kan na verwijderen van maagsonde de orale voeding liberaal worden uitgebreid zonder slikfoto
bij een totale maagresectie met oesofagojejunostomie eerst
slikfoto (7de of 8e dag) alvorens orale voeding. Voeden
via naaldjejunostomie
Follow-up
1e jaar:
elk kwartaal
2e-5e
jaar: elk half jaar
Anamnese en lichamelijk onderzoek. Diagnostiek alleen op
indicatie.
Verder dient onderzoek gedaan te worden bij het optreden van
klachten of symptomen die zich lenen voor behandeling, zoals passagebelemmering
voor voedsel, pijn of anemie, bij een patiënt die nog in staat is behandeling
te ondergaan (cbo 2001).