ENTERITIS REGIONALIS (Morbus Crohn)

 

ALGEMEEN

In principe zijn bij de ziekte van Crohn een aantal hoofdvormen te onderscheiden op grond van de lokalisatie in de tractus digestivus, namelijk de ileïtis terminalis, de Crohnse colitis en de proctitis / perianale afwijkingen. De ziekte van Crohn kan echter ook voorkomen in de mond, maag-duodenum en proximaal in de dunne darm waarbij deze laatste vorm vooral wordt gezien na voorafgaande operaties. Bij het bepalen van de chirurgische strategie moet er rekening mee worden gehouden dat patiënten met een operatie niet "genezen" en dat daarom geen "radicaliteit" moet worden nagestreefd.

 

CONSERVATIEVE THERAPIE

Voor de medicamenteuze behandeling van de ziekte van Crohn wordt gebruik gemaakt van 5-aminosalicylzuurpreparaten, corticosteroïden, thiopurinen, methotrexaat en infliximab. Aminosalicylaten hebben een gering effect bij de ziekte van Crohn. 5-aminosalicyl-zuurpreparaten, corticosteroïden, azathioprine en infliximab zijn voor de behandeling van de ziekte van Crohn geregistreerd. Bij de behandeling wordt onderscheid gemaakt tussen het induceren van remissie bij actieve ziekte en onderhoudsbehandeling. De behandeling van peri-anale ziekte komt apart aan bod.

Remissie inductie

Corticosteroïden zijn in de praktijk vaak nog de eerstekeuzemiddelen bij de remissie-inductietherapie bij de ziekte van Crohn. Budesonide (1dd 9 mg) is werkzaam voor de behandeling van actieve ziekte in de ileocecaal hoek. Indien deze medicatie geen effect heeft of als er sprake is van een meer ernstige vorm van de ziekte van Crohn is prednisolon geschikt voor de inductie van remissie. Prednisolon doseringsschema´s variëren sterk per behandelaar. In het AMC wordt een schema gehanteerd van 2 weken 40 mg prednisolon per dag, gevolgd door 2 weken 30 mg per dag, waarna de dagelijkse dosis elke week met 5 mg moet worden afgebouwd. Zolang de duur van de kuur onder de 12 weken blijft kan preventie van osteoporose dmv bisphosphonaten achterwege blijven. Wel wordt geadviseerd om calciumcarbonaat (1000mg/dag) en vitamine D3 (400 ie/dag) tijdens een stootkuur voor te schrijven.

Methotrexaat kan een remissie induceren bij patiënten met de ziekte van Crohn (15 tot 25 mg 1x per week subcutaan in combinatie met 1dd 5 mg foliumzuur) Op dit moment wordt het middel vooral voorgeschreven aan patiënten die intolerant zijn voor thiopurinen of onvoldoende effect daarvan hebben.

Bij onvoldoende respons op bovenstaande therapie wordt infliximab gegeven. Nadat een latente tuberculose met een Mantoux-test en X-thorax is uitgesloten kan het middel gegeven worden in een dosis van 5 mg/kg. Als remissie inductie worden vaak infusen gegeven in een schema van een tweede en derde infuus respectievelijk twee weken en vier weken na het initiële infuus (week 0, 2 en 6). In de praktijk is met de komst van infliximab het gebruik van corticosteroïden afgenomen. Studies naar de veiligheid van infliximab laten voorlopig zien dat bij gebruik van het infliximab minder septische complicaties worden gezien dan bij het gebruik van corticosteroiden. Over de veiligheid op langere termijn kunnen nog geen uitspraken worden gedaan. Zorgen over een verhoogd risico op het ontstaan van maligniteiten worden gevoed door de recente observatie van een gestegen incidentie van hepatosplenaire T-cellymfomen bij jonge Crohn patiënten die tevens azathioprine gebruikten

Onderhoudsbehandeling

Als onderhoudsbehandeling zijn 5-aminosalicylzuurpreparaten niet werkzaam. Ook prednisolon blijkt niet werkzaam te zijn als onderhoudstherapie, terwijl er aanwijzingen zijn dat budesonide (6 mg per dag) tot ongeveer zes maanden enige werkzaamheid heeft. Echter zijn zowel methotrexaat (15 mg), wekelijks subcutaan toegediend, als azathioprine (2,5 mg/kg per dag) of 6-mercaptopurine (1 mg/kg per dag) oraal wel werkzaam als onderhoudstherapie. Deze behandeling dient minstens vijf jaar te worden voortgezet. Ook infliximab blijkt, na eerst als inductietherapie te zijn gegeven, werkzaam indien het elke acht weken wordt toegediend (5 mg/kg). Het is onduidelijk hoe lang infliximab gegeven kan en moet worden. Nieuwe therapieën zijn al uitgebreid in onderzoek en de verwachting is dat er op korte termijn nieuwe mogelijkheden zullen komen in de behandeling van de ziekte van Crohn.


Fistels en ziekte van Crohn

Fistels bij de ziekte van Crohn ontstaan uit abcessen die het gevolg zijn van ziekte activiteit. Bij de aanwezigheid van luminale ziekte activiteit is het dus zaak deze afdoende te behandelen. Asymptomatische fistels worden niet behandeld. Meestal zijn de fistels peri-anaal gelokaliseerd.

Minder frequent, maar typisch voor de ziekte van Crohn zijn enterocutane fistels en enterovesicale fistels. Deze fistels reageren over het algemeen minder goed op medicamenteuze therapie. Voor enterovesicale fistels bestaat een chirurgische indicatie. Bij recidiverende activiteit moet laagdrempelig worden gestart met azathioprine of 6-mercaptopurine (zie onderhoudstherapie). Als deze therapie niet afdoende is wordt gestart met infliximab (zie remissie inductie). Ook hier wordt dan vaak een doseringsinterval van 8 weken aangehouden voor onderhoudstherapie na een remissie inductie schema met infusen op 0, 2 en 6 weken.

 

CHIRURGISCHE THERAPIE

Operatie indicatie

De indicatie voor chirurgische therapie wordt bepaald door de complicaties van de ziekte. De meest frequente indicatie is stenose in de ileocoecaal regio. Andere indicaties: niet reageren op conservatieve therapie, fistels, perforatie met peritonitis of abces en bloeding. Carcinoom komt in een wat verhoogde frequentie voor doch is nog relatief zeldzaam.

Voorbereiding

Zie hoofdstuk 2.13. Bij patiënten met een subtotale stenose kan voorzichtig een lavage gestart worden, doch deze dient gestaakt te worden indien patiënten gaan braken of als er onvoldoende passage optreedt.

Patiënten die tot drie maanden voor de operatie prednison hebben gebruikt krijgen peri-operatief DAF (Di-Adreson F) medicatie. Afhankelijk van de hoogte van de prednisonmedicatie is dit schema als volgt:

< 25-50 mg DAF i.v. of i.m. bij premedicatie

< 25-50 mg DAF i.v. of i.m. 8 uur p.o.

< 25-50 mg DAF i.v. of i.m. 16 uur p.o.

< daarna eigen medicatie.

Indien er post-operatief complicaties optreden dan het schema continueren met 25 mg DAF à 12 uur.

Operatietechniek

Rekening houden met het feit dat Crohn patiënten potentiële toekomstige stoma patiënten kunnen zijn. Derhalve stomaplaatsen "vrij" houden en alleen een mediane incisie. Ook bij uitleiden van eventuele drains hiermee rekening houden. In het operatie-verslag nauwkeurig vermelden hoeveel darm gereseceerd werd en hoeveel gezonde darm gespaard kon worden.

Laparoscopie

Voor patienten zonder contra-indicaties (eerdere laparotomieen) voor laparoscopie heeft de laparoscopische benadering voor patienten met ileitis terminalis de voorkeur. Onderzoek van onze eigen afdeling heeft aangetoond dat de laparoscopische behandeling de voorkeur verdient, aangezien er na laparoscopische ileocoecaal resectie een lagere morbiditeit is, een kortere opnameduur en lagere overall kosten. Overigens is er op gebied van kwaliteit van leven geen verschil naar voren gekomen in dit gerandomiseerde onderzoek(level lI).

Nabehandeling en follow-up

Als bij de overige darmchirurgie. Wel adequaat corticosteroïd-schema perioperatief (zie boven). Poliklinische controle, meestal na 6 weken bij voorkeur op de multi-disciplinaire IBD-polikliniek.

Ileocoecaal resectie - open

< resectie alleen van macroscopisch afwijkende darm

< mobilisatie van rechter colon en ileum door inknippen van het peritoneum (cave: rechter ureter en duodenum)

< aangeven proximale en distale transectie plaats

< inknippen van het peritoneum t.p.v. het mesenterium

< ligeren van de mesenteriaalvaten 3 x 0 vicryl

< plaatsen proximaal / distaal van een verende darmklem

< resectie van het preparaat


< end-to-side of side-to-side anastomose in één laag met doorlopend PDS 3 x 0. Indien end-to-side, dan korte blinde lis

< sluiten van het mesenterium venster

< in principe geen drains.

Ileocoecaal resectie - laparoscopisch

< aanleggen pneomoperitoneum via troc doc (verticale incisie door navel)

< mobilisatie ileocoecaal hoek en rechter flexuur (cave: rechter ureter en duodenum)

< lateraal doornemen

< bij voldoende mobilisatie: kleine incisie door de navel (ongeveer 3-4 cm)

< luxatie ileocoecaal hoek door wond naar buiten (cave: stuwing darmpakket)

< nalopen dunne darm

< resectie als open techniek

Strictuur plastiek

< vaak in combinatie met resectie

< (multipele) uitgebluste stricturen meestal in het jejunum

< lengtevormige incisie over de stenose tot in het lumen

< dwars sluiten; doorlopend of geknoopt PDS 3 x 0

Colectomie

< colectomie met ileo-sigmoidale of ileo-rectale anastomose

< sparen van omentum majus

< mobilisatie van het rechter colon

< afpreparen van het omentum van het colon transversum

< mobilisatie van het linker colon en doornemen van het ligament tussen flexuur en milt,

selectief doornemen van de vaatvoorziening: de colische tak van de a. ileocolica, de a. colica dextra, media en sinistra

< indien tevens sigmoïdresectie ook de a. sigmoïdea met sparen van a. rectalis superior

< proximaal en distaal verende darmklem plaatsen, transsectie van de darm

< distale ileum doornemen met de lineaire stapler

< side-to-end anastomose in één laag met doorlopend PDS 3 x 0

< sluiten van het mesenterium venster

Intersfincterische proctectomie (alternatief is proctectomie met sluiting van het anorectum op bekkenbodem niveau)

< voor abdominale fase: zie bij colitis ulcerosa / proctocolectomie

< perineale fase: anus ovaalvormig, krap omsnijden

< klemmetjes op de huidhoeken

< opzoeken van het intersfincterische vlak (vrijwel avasculair!)

< onder tractie afschuiven van de externe sfincter

< dorsaal doornemen van de fascie van Waldeyer

< sfincter externus approximeren met enkele geknoopte vicryl hechtingen

< huid open laten of enkele subcuticulaire vicryl hechtingen

Peri-anaal abces / peri-anale fistel (zie ook hoofdstuk 9)

De chirurgische benadering terughoudend omdat fistels vaak een uiting zijn van actieve ziekte. Belangrijk is wel om zorg te dragen voor optimale drainage van abcessen en/of retentie.

     < abces adequaat met excisie van huid / subcutis ovaal draineren zodanig dat geen drains, tampons, etc. nodig zijn

     < altijd zorgen voor adequate drainage van de fistels

        < oppervlakkige fistels kunnen behandeld worden fistulotomie

        < hoog transsfincterische fistels worden behandeld met (langdurige) seton drainage, als er bij uitzondering gezond slijmvlies in het anale kanaal aanwezig is dan kan over gegaan worden tot advancement plastiek

        < actieve Crohn in het rectum behandelen!

        < bij recidiverend karakter en veel klachten proximaal stoma overwegen

 

Literatuur

Practice Parameters for the treatment of perianal abscess and fistulo-in-ano. The American Society of Colon Society of Colon and Rectal Surgeons Dis Colon Rectum2005;48:1337-1342