ACUTE PANCREATITIS

Recent is er zowel in de UK (UK guidelines for the management of acute pancreatitis: Gut 2005) als ook in Nederland (EBRO richtlijn acute pancreatitis 2006) een goede richtlijn verschenen voor de diagnostiek en behandeling van patiënten met acute pancreatitis.

Aangezien het beleid binnen het AMC en de opleidingsregio in grote lijnen overeenkomt met de in het EBRO geformuleerde beleid wordt deze richtlijn gevolgd tenzij anders aangegeven.

De samenvatting van deze richtlijn is hieronder afgedrukt alsmede het flow diagram (figuur 1). De richtlijn is via intranet te raadplegen.

 

SAMENVATTING RICHTLIJN ACUTE PANCREATITIS (NIV 2006)

SAMENVATTING MET AANBEVELINGEN

Acute pancreatitis (AP) wordt gedefinieerd als een acute ontsteking van het pancreas waarbij in wisselende mate het pancreas zelf, de omringende weefsels of andere orgaansystemen zijn aangedaan. De prevalentie van AP in Nederland wordt geschat op 16 per 100.000 en neemt toe met de leeftijd. Bij ongeveer 80% van de patiënten heeft de AP een mild beloop, in 20% is er echter sprake van een ernstig beloop met locale en systemische complicaties en een hoge mortaliteit. De etiologie is voornamelijk biliair (galstenen of sludge) of alcohol (samen meer dan 70%). Er is in toenemende mate aandacht voor genetische factoren.

DIAGNOSTIEK

- Klinisch: het klassieke eerste symptoom is acute bovenbuikpijn, gepaard gaand met misselijkheid en

braken. Bij lichamelijk onderzoek kan er sprake zijn van opgezette buik, ileus en zelfs peritoneale

prikkeling. Systemische verschijnselen (koorts, shock, etc.) kunnen op de voorgrond staan.

- Laboratorium diagnostiek: De serum amylase- en lipasebepaling vormen de hoeksteen van

de laboratoriumdiagnostiek waarbij als cut-off waarde 3x de bovengrens van normaal wordt

aanbevolen. Beide bepalingen kennen beperkingen (fout-positief, fout-negatief) maar zijn in

Nederland vrijwel in elk laboratorium als spoedbepaling beschikbaar.

- Beeldvorming: Bij twijfel over de diagnose AP kan CT-scan of echografie worden verricht.

Voor het afbeelden van het pancreas zelf heeft CT-scan de voorkeur boven echografie. Bij

verdenking op een biliaire oorzaak van AP dient zo snel mogelijk echografie te worden verricht met aandacht voor de aanwezigheid van galstenen en extra- of intrahepatische verwijding van galwegen.

ERNST VAN DE PANCREATITIS

- Het voorspellen van de ernst van acute pancreatitis is van belang voor beloop en prognose,

de behandeling en oordeelkundig gebruik van kostbare ziekenhuisvoorzieningen als

intensive care.

- De huidige scoresystemen (Glasgowscore, Apache II) die gebruik maken van klinische en

biochemische parameters zijn onvoldoende betrouwbaar. Echter, een zorgvuldige en

herhaalde inventarisatie van de toestand van een patiënt met AP met name in de eerste 48

uur is wel degelijk klinisch van belang, met name om patiënten die intensieve zorg nodig

hebben tijdig te herkennen.

- Lab bepalingen: CRP heeft een onafhankelijke prognostische waarde. De ernst van AP is

niet gerelateerd aan de hoogte van serum amylase en lipase.

- Klinisch: Overgewicht is een factor die de kans op ernstig beloop van AP doet toenemen.

- Beeldvorming: een CT-scan met intraveneus contrast is essentieel om eventuele necrose van

pancreasparenchym aan te tonen. Elke patiënt met ernstige pancreatitis dient een contrast-

CT-scan van de buik te ondergaan, maar bij voorkeur niet binnen de eerste 3 dagen omdat

binnen deze termijn de uitbreiding van necrose kan worden onderschat.


 

BEHANDELING

Algemeen:

- Alle patiënten met (vermoede) ernstige AP dienen bij voorkeur op een intensive care

afdeling bewaakt en behandeld te worden.

Biliaire oorzaak

- Op basis van klinische en laboratorium gegevens en echografie is met grote waarschijnlijkheid vast

te stellen of er sprake is van een biliaire oorzaak van AP.

- Bij patiënten met ernstige acute biliaire pancreatitis én galwegobstructie (biochemisch, echografisch) of cholangitis is het verrichten van een ERCP met sfincterotomie binnen 24 uur geïndiceerd. Faciliteiten en expertise voor het verrichten van ERCP, sfincterotomie en steenextractie dienen aanwezig te zijn.

- Bij patiënten met een ernstige biliaire AP, zónder obstructie of cholangitis, dient ERCP met

zonodig sfincterotomie op korte termijn (< 72 uur) te worden verricht.

- Bij patiënten met een milde biliaire AP al dan niet met cholestase is vroege ERCP niet

geïndiceerd. Gekozen kan worden voor ERCP met sfincterotomie dan wel cholecystectomie

op korte termijn (< 3 weken).

 

MEDICAMENTEUZE BEHANDELING

Secretieremmers:

- Autodigestie van het pancreas door geactiveerde proteolytische enzymen wordt beschouwd

als het mechanisme waardoor AP ontstaat. Veel onderzoek is dan ook gedaan naar het effect

van stoffen die pancreasenzymsecretie remmen evenals antiproteasen.

- Secretieremmers zoals somatostatine en octreotide en antiproteasen zoals gabexaat hebben

echter geen invloed op het beloop, complicaties en mortaliteit van acute pancreatitis en zijn

dus niet geïndiceerd.

- Er lijkt wél plaats te zijn voor secretieremmers bij de profylaxe van acute pancreatitis bij

hoog risico patiënten die een ERCP ondergaan. In Nederland is dit echter geen algemene

praktijk.

Antibiotica

- Complicaties en mortaliteit in de groep patiënten met ernstige acute complicaties wordt sterk beïnvloed door het optreden van infecties. Vooral bij uitgebreide pancreasnecrose treedt vaak infectie van necrose op met verdrievoudiging van de kans op overlijden. Daarom staat profylactische toepassing van antibiotica bij ernstige AP in de belangstelling.

- De waarde van profylactische toepassing van antibiotica bij de behandeling van ernstige AP

is onvoldoende onderbouwd.

Profylactische toepassing van antibiotica vermindert de kans op infectie van ancreasnecrose niet;

mogelijk vermindert een breed spectrum antibioticum het optreden van sepsis en de mortaliteit.

- Bij vermoeden van geïnfecteerde necrose dient een diagnostische punctie te worden verricht.

In afwachting van de uitslag van het microbiologisch onderzoek wordt antibiotische therapie

aangevangen,

Rekening houdend met de gebruikelijke verwekkers van geïnfecteerde pancreasnecrose.

 

CHIRURGISCHE BEHANDELING

Bij patiënten met een ernstige AP en geïnfecteerde intra- of peripancreatische necrose of bij patiënten die onvoldoende reageren op maximale conservatie therapie bestaat er indicatie voor (chirurgische) interventie. Diverse chirurgische behandelingen worden toegepast: openbuik/necrosectomie, necrosectomie/gesloten spoelsysteem en "minimaal invasief". Centraal staat het verwijderen van de necrose. Op grond van de literatuur is er géén voorkeur voor een bepaald type chirurgische behandeling. Van groter belang dan één bepaald type chirurgische behandeling lijken de aanwezigheid van de intensive care faciliteiten, ervaren chirurgen, en interventieradiologen bedreven in het uitvoeren van punctiedrainage van het retroperitoneum c.q. het pancreas.

VOEDING

Het concept om het pancreas rust te geven in geval van AP en af te zien van enterale voeding is verlaten. Er zijn geen aanwijzingen dat enteraal voeden het beloop van een AP ongunstig beïnvloedt. Vooralsnog is er onvoldoende bewijs om intrajenunale boven intragastrische voeding te verkiezen.

- Patiënten met een (verwacht) ernstig beloop van de AP behoeven al in een vroege fase voedingsondersteuning, dit in tegenstelling tot patiënten met een mild beloop van de AP.


 

- De toedieningsweg voor voeding is afhankelijk van de conditie van de patiënt maar voeden geschiedt bij voorkeur enteraal (dan wel gecombineerd enteraal + parenteraal).

- Aanpassen van de samenstelling van de voeding is niet nodig: begin met standaard enterale voeding en zorg voor voldoende aanbod aan calorieën.

 

Aangezien beoordeling van de ernst van acute pancreatitis cruciaal is voor het te kiezen beleid worden de veel gebruikte prognostische factoren score volgens Ranson en Imrie kort samengevat (tabel 1). Een CRP waarde > 150 mg/l en/of een APACHE II score > 8 (Appendix 1) binnen 48 uur na het ontstaan van buikpijn zijn voorspellend voor een ernstig beloop. Deze gegevens hebben in de praktijk echter beperkte waarde voor de keuze van beleid.

 

Tabel 1 Prognostische factoren

De score heeft een duidelijke correlatie met mortaliteit.

Correlatie score met mortaliteit:

0-2 positieve criteria 1% 3-4 ,, 18% 5-6 ,, 40% 7-8 ,, 100%

 

Appendix 1 Acute Physiology And Chronic Health Evaluation-II score

Bestaat uit een drietal scorelijsten waarvan de punten opgeteld dienen te worden.

APACHE-II Score = Score 1 + Score 2 + Score 3

1 Klinische scorelijst

2.         Leeftijd          Punten

<44                 0

45-54             2

55-64             3

65-74             5

> 75                6


 

3. Chronische ziekten

Lever Biopsie bewezen cirrhose en portale hypertensie; episoden van gastro-intestinale bloedingen op basis van portale hypertensie; of voorgaande perioden van leverfalen/encephalopathie/coma.

Hart New York Heart Association class IV

Respiratoir Chronische restrictieve, obstructieve, of vasculaire ziekte resulterend in ernstige

bewegingsbeperking (i.e. geen traplopen, geen huishoudelijk werk) of chronische hypoxie, hypercapnie, secundaire polycythemie, ernstige pulmonaire hypertensie (> 40 mm Hg), of respiratoir afhankelijk.

Nieren Chronische dialyse

Immuun- Voorgeschiedenis met immuun compromitterende therapie, bv. Immunosuppresiva, gecompromm. chemotherapie, radiotherapie, langdurig gebruik van immunosuppresiva of

kort geleden hoge dosering, of immuun compromitterende ziekte, bv. AIDS,

leukemie, lymfoom.

Indien de patiënt een voorgeschiedenis met orgaanfalen heeft of immuungecompromitteerd is (die voldoen aan bovenstaande criteria), worden hieraan de volgende punten toegekend:

5 punten indien chirurgische interventie niet mogelijk is of indien een spoed-operatieve ingreep is verricht.

2 punten indien electieve chirurgische interventie mogelijk is

Computer tomografie (CT) neemt een centrale plaats in bij de beeldvorming van pancreatitis. De Balthazar score is kort samengevat in tabel 2.

 

Tabel 2

Balthazar-score (op basis van CT-scan)

A. Normale pancreas

B. Focale / diffuse vergroting, eventueel met:

           o irregulaire contour

           o inhomogene contour

           o dilatatie ductus pancreaticus

           o kleine vochtcollectie in pancreas mits geen uitbreiding van de infiltraatvorming in de peri-pancreatische ruimte

 

C. intrinsieke afwijkingen in het pancreas met peri-pancreatische infiltratie (streperige

densiteiten, wazig beeld)

D. conform C, met solitaire, slecht afgrensbare, grote vochtcollectie

E. conform C met meerdere, grote, slecht afgrensbare, grote vochtcollecties; gasvorming in /

rond pancreas

 

De Balthazar score en mate van necrose leiden tot een CT severity index score die varieert van 0 – 10 (tabel 3).


Tabel 3

Zoals boven beschreven is de behandeling conform de richtlijn.

Ten aanzien van de behandeling participeert het AMC ook in de acute pancreatitis Werkgroep Nederland www.pancreatitis.nl.

Binnen de in de richtlijn geformuleerde algemene behandelingsconcepten wordt via deze werkgroep geparticipeerd via 2 trials.

De Propatria Trial: probiotica propylaxe bij voorspelde ernstige acute pancreatitis waarbij gerandomiseerd wordt tussen behandeling met probiotica en placebo.

Inclusiecriteria

- Patiënten vanaf 18 jaar

- Eerste aanval van acute pancreatitis (definitie: buikpijn en amylase en/of lipase >3x verhoogd)

- Verlenen van informed consent

Exclusiecriteria

- Diagnose tijdens operatie gesteld - Post-ERCP pancreatitis - Verdenking op maligniteit van pancreas/galwegen - Wilsonbekwaamheid - Probiotica gebruik tijdens opname

Randomisatiecriterium: voorspeld ernstige pancreatitis:

Imrie score > 2, CRP > 150 of APACHE II > 7

             - Op enig moment binnen 72 u na aanvang van de buikpijn 1 van deze criteria positief is voldoende voor randomisatie

             - Breng jejunumsonde in (liefst 3-lumen)

             - Start zsm probiotica/placebo 2dd 28 dgn of tot ontslag

             - Start zsm Nutrison fibre sondevoeding

 

Details over deze studie zijn te vinden op www.pancreatitis.nl.


 

De tweede trial betreft de behandeling van patiënten met geïnfecteerde necrose. Dit betreft patiënten met geïnfecteerde necrose die voor behandeling (drainage) in aanmerking komen. Hierbij wordt gerandomiseerd tussen minimaal invasieve step up approach en maximale necrosectomie (zie flow chart).

Inclusiecriteria voor randomisatie:

• Leeftijd 18 jaar of ouder

• Acute pancreatitis met (peri-)pancreatische necrose op CT-scan

• Indicatie voor interventie is gesteld: gedocumenteerde infectie van necrose

(positieve FNA/ luchtbellen op CT) of progressieve sepsis >30 dagen

• Plaatsen van percutane/endoscopische drain is mogelijk

Exclusiecriteria voor randomisatie:

• Eerdere percutane/endoscopische drainage of chirurgische necrosectomie tijdens deze

episode van acute pancreatitis (ERCP uitgezonderd)

• Bloeding of (verdenking) perforatie hol orgaan

• Acute component bij chronische pancreatitis of post-operatieve pancreatitis

 

Videoscopic Assisted Retroperitoneal Debridement (VARD):

            􀂃 Subcostale flankincisie 5 cm

            􀂃 Openen retroperitoneale (peri)pancreatische collectie op geleide van drain

 

x Eerste necrose “blind” verwijderen met korentang

x Introductie 0° laparoscoop door trocar geplaatst in de bestaande incisie

x Additionele necrosectomie van loszittende necrose 6.

            􀂃 Twee dikke spoeldrains achterlaten

 

Operatieve therapie (necrosectomie):

            • Laparotomie (beperkte bilaterale, subcostale incisie)

- bursa-lavage volgens Beger (necrotectomie + aanleggen spoelsysteem in bursa omentalis):

 

x openen lig. gastrocolicum en necrosectomie pancreas

x positioneren twee sump-drains (Ch 30)

x sluiten lig. gastrocolicum

            • Eventueel drain in Douglas

 

Postoperatief beleid:

            • Spoelen bursa met CAPD vloeistof, begin met groot volume (tot 6L/24 uur); daarna verminderen spoelvolume op geleide van aspect spoelvloeistof, kweken en amylase-gehalte.

            • Eén week post-operatief: CT-scan herhalen i.v.m. rest-collecties; daarna op indicatie.

 

Trial patiënten volgens schema zoals aangegeven.