GASTRO-OESOFAGEALE REFLUX

Operatie indicaties

􀂾 Geobjectiveerde pathologische reflux, welke onvoldoende reageert op medicamenteuze therapie of recidiveert na staken van medicamenteuze therapie bij jonge gezonde patiënten.


 

Pre-operatieve analyse


􀂾 Endoscopie: classificatie van oesofagitis volgens Los Angeles classificatie en uitsluiten maligniteit (eventueel aangevuld met endosonografie).

􀂾 Manometrieter positionering van de pH meter en ter uitsluiting van motiliteitsstoornissen (hierbij risico van postoperatieve dysfagie).

􀂾 24 uurs pH-meting (duur en frequentie pH < 4) met simultane registratie van klachten (symptoom index = symptomen tijdens reflux / tijdens hele registratie).

􀂾 X-slik: hiatus hernia?

 

Operatieve therapie

Laparoscopische fundoplicatie volgens Nissen. Na de teleurstellende resultaten van de Manchet I trial (Bais et al, Lancet 2000; meer dysfagie na laparoscopische interventie), laat de Manchet II trial (Simmermacher et al, unpublished results) zien dat bij voldoende expertise (learning curve!) in ervaren handen het risico op postoperatieve dysfagie vergelijkbaar is. Voordelen zijn o.a. de kortere opname duur.

 

Operatieve techniek volgens Nissen (laparoscopisch):

􀂾 atraumatisch mobiliseren van distale oesofagus t.h.v. crus

􀂾 mobilisatie deel van curvatura major (ultracision). Klieven van enige vasa brevia.

􀂾 cruraplastiek (2 a 3 onoplosbare hechtingen; ethibond)

􀂾 doorhalen van fundus achter oesofagus en creëren van cuff (lengte: 3 cm). Geen strakke cuff (dikke maagsonde) ter preventie van gas-bloating syndroom.

􀂾 “shoe shine manoevre” om te beoordelen of de fundoplicatie goed om de oesofagus ligt en niet te strak ligt.

􀂾 360 o fundoplicatie. Bovenste hechting tevens gefixeerd aan crus; onderste hechting gefixeerd aan oesofagus (ter voorkoming van een ‘slipped Nissen’). Gebruik niet-resorbeerbaar hechtmateriaal (ethibond).

 

Postoperatief

􀂾 X-slik op indicatie (verdenking perforatie). Indien X goed, dan dieet snel uitbreiden.

􀂾 Controle poli 6 weken