THORACIC
OUTLET SYNDROME
Het neuro-vasculaire compressie
syndroom van de schouder heeft zowel een neurogene, arteriële als veneuze
component die elk in het bijzonder de nadruk kan krijgen, waarbij de neurogene
symptomen meestal (in > 90%) op de voorgrond staan.
Speciele anamnese
Kenmerkend voor het TOS is:
• heffen van de arm
verergert bestaande klachten
• krachtsverlies bij
werkzaamheden boven schouderniveau
• paresthesieën aan de
ulnaire zijde van de hand
• uitstralende pijn
naar schouder en hoofd
• zwelling en
blauwverkleuring van de hand bij het dragen van zware voorwerpen (koffers,
boodschappen) of door het liggen op de aangedane zijde geleidelijke verergering
van de klachten
• syndroom van
Raynaud, gekenmerkt door de tricolor van de vingers.
Provocatie testen
• Test volgens Adson:
Deze test is positief, wanneer de
patiënt bij overstrekken van de hals en draaiing van het hoofd naar de
aangedane zijde en een diepe inademing een toename van de klachten ervaart en
de onderzoeker de radialis-pulsaties voelt verminderen. Soms is de test
positief, wanneer patiënt het hoofd naar de gezonde zijde draait. Deze test
verkleint de scalenus-driehoek doordat zowel de m. scalenus anterior als medius
worden aangespannen en daarnaast ook de costoclaviculaire ruimte.
• Test volgens Eden:
Bij het aannemen van de militaire
houding, dus met vooruitgestoken borst en naar achteren getrokken schouders
verminderen of verdwijnen de radialis pulsaties of ontstaan of vermeerderen de
klachten.
• Test volgens Wright
Abductie van de arm in exorotatie.
Wegvallen van de pulsaties betekent een positieve test en wijst op
costoclaviculaire compressie. Een vaatzenuwstreng compressie door de processus
coracoïdeus of m. pectoralis minor-pees kan men differentiëren door de
aangedane arm passief te heffen.
Aanvullend onderzoek
• Non-invasief
vaatonderzoek
o Pols- en vingerdrukken
• zijn er aanwijzingen
voor perifeer vaatlijden?
o Arteriële duplex
• is er een verwijding
van de arterie juist distaal van de eerste of halsrib?
• is er een stenose
ter hoogte van de rib?
N.B.: Het visualiseren van een afklemming van de a.
subclavia bij abductie van de aangedane arm sec d.m.v. de duplex is niet
bewijzend voor het bestaan van een TOS evenmin als een positieve test volgens
Adson of Wright.
Eventueel: capillair-microscopie
wanneer differentiatie met het syndroom of de morbus Raynaud (zie aldaar) op
grond van anamnese en lichamelijk onderzoek niet te maken is.
• Röntgenonderzoek
o bovenste thorax-apertuur:
is er een halsrib?
is er een misvervorming van de
eerste rib?
is er een oude fractuur van eerste
rib of clavicula?
o cervicale wervelkolom, AP, lat.
en 3/4
o arteriografie volgens
Seldinger, indien afwijkingen aan de perifere brachiale takken vastgesteld
zijn, doch beslist niet routinematig.
• Neurologisch
onderzoek:
o tekenen van spieratrofie:
vooral van de kleine handspieren
o sensibiliteitsstoornissen
o paresthesieën
o vasovegetatieve disfunctie
o nagelgroei
o vorm nagelriemen
o hyperhydrosis
o temperatuur
o gewrichtsmobiliteit
N.B.: Een patiënt die verdacht wordt van een TOS en waarbij
geen arteriële
afwijkingen
bestaan dient altijd voor een consult naar de neuroloog verwezen te worden om
andere pathologie uit te sluiten of om de diagnose TOS sterker te maken.
Zijn er aanwijzingen voor
arteriële -, veneuze - en/of plexus compressie-complicaties, dan is de diagnose
niet moeilijk en bestaat de indicatie voor een halsrib of eerste ribresectie.
Therapie
De initiele behandeling is
fysiotherapie (Mensendieck). Dit dient minimaal 6 weken geduurd te hebben. Het
merendeel van de patienten hebben daar baat van. Indien conservatief geen
verlichting geeft is operatieve correctie te overwegen.
In principe verwijdering van 1e rib +
eventuele halsrib en desinsertie m. scalenus anterior via axillaire benadering.
Operatie
o De operateur staat altijd
rechts van de patiënt.
o Patiënt ligt in zijligging met
de aangedane arm in abductie opgehangen aan de boog of omhoog gehouden door
assistent.
o Incisie aan de onderrand van de
okselbeharing
o thoracalis lateralis en vena
thoraco-epigastrica worden gekliefd.
o De n. intercostobrachialis uit
de tweede intercostaalruimte wordt gespaard.
o De oksel wordt vrijgelegd van
de m. latissimus dorsi tot aan de m. pectoralis major.
o Over de thorax wand wordt stomp
geprepareerd tot aan de bovenrand van de eerste rib.
o Men moet dan à vue hebben van
mediaal naar lateraal: het lig. costoclaviculare, de pees van de m. subclavius,
de vena subclavia, de m. scalenus anterior met de aanhechting aan het
tuberculum anticus en de a. brachialis, de plexus brachialis en tenslotte de m.
scalenus medius.
o Eerst wordt de rib aan de
bovenzijde geïsoleerd door het klieven van de pees van de m. subclavius, de m.
scalenus anterior en losmaken van dat deel van de m. scalenus medius, dat van
de eerste rib ontspringt.
o Vervolgens wordt de
intercostaal musculatuur tussen eerste en tweede rib gekliefd, de pleura
parietalis van de rib losgemaakt, waarna deze verwijderd kan worden, waarbij of
de snijdende beentang van Roos gebruikt wordt of de rib met een knabbeltang
wordt verwijderd (Cave: dorsale wortels Th1).
o Een Redon wordt achtergelaten,
de lymfklierlaag geapproximeerd en de huid intracutaan gesloten.
Post-operatief beleid
o X-thorax op de verkoeverkamer
o Snelle mobilisatie met mitella
o Als het beloop ongecompliceerd
is geweest: eerste policontrole pas na drie maanden
Literatuur / Links:
- Provocatietesten en Fysiotherapie.
- eMedicine - Thoracic Outlet Obstruction : Article by Nicholas D
Garcia, MD
- Mackinnon SE, Novak CB. Thoracic outlet syndrome. Curr Probl Surg 2002;39(11):1070-145.
- Sheth RN, Campbell JN.
Surgical treatment of thoracic outlet syndrome: a randomized trial comparing
two operations. J Neurosurg
Spine. 2005;3(5):355-63.