COLONCARCINOOM

(zie ook www.oncoline.nl , www.websurg.com)

Algemeen

Colorectale carcinomen komen op de tweede plaats van de kankersterfte, met ruim 5500 sterfte gevallen per jaar (op de tweede plaats bij vrouwen, op de derde plaats bij mannen). Het grootste deel ontstaat uit adenomateuze poliepen. Boven de 60 jaar heeft ongeveer 15% van de bevolking 1 of meerdere poliepen in de dikke darm. Bij het ontstaan daarvan spelen genetische factoren, naast dieet factoren, een belangrijke rol.

Er is veel over mogelijke ontstaansmechanismen geschreven en gespeculeerd. De zgn. "multiple-step formation" volgens Vogelstein, wordt door velen aanvaard. Deze stappen worden mede bepaald door omgevingsfactoren. Hiertoe worden de verhouding anaërobe/aërobe bacteriën in het colon, een hoog gehalte fecale galzouten, gebrek aan voedingsvezels, hoge consumptie van dierlijke eiwitten en vetten en hoogwaardige suikers, gering gebruik van verse groente en melk, het nuttigen van gegrild vlees, gerekend.

De meeste patiënten krijgen pas laat klachten en presenteren zich met tumoren in een relatief ver gevorderd stadium. Slechts 40% van alle gediagnosticeerde gevallen, met en zonder symptomen, verkeert nog in een "gelokaliseerd" stadium, d.w.z. er zijn geen kliermetastasen. Asymptomatische patiënten, hebben maar in 4% metastasen op afstand. Daarom is hun prognose zeer goed, meer dan 90% kans op 5 jaars overleving. Voor symptomatische patiënten is dit getal 70%, als er geen lymfklier metastasen zijn. Indien die er wel zijn daalt dit getal tot rond de 40%.

Er is een groep te identificeren met een verhoogde kans op het krijgen van een colorectaal carcinoom. Dit zijn patiënten die bekend zijn met:

            • Colitis ulcerosa

            • Familiaire polyposis coli, meer dan 80% zal vaak al op jonge leeftijd één of meerdere carcinomen ontwikkelen

            • Crohn'se colitis, 20 x grotere kans op een colorectaal carcinoom dan age-matched controls uit de populatie

            • eerder behandelde colorectale maligniteit

            Adenomateuze poliep(en); HNPCC (hereditary non-poliposis colon cancer)

            • "cancer families". Onderzoek in deze groep bestaat uit regelmatig (1 x per 1 tot 3 jaar) X-colon en aanvullende sigmoïdo-coloscopie. Denk aan FACTS-studie (personen in leeftijd 45 tot 65 jaar met 1 eerste graads familielid met CRC vastgesteld voor 50 jaar of 2 eerste graads familieleden met CRC)

Symptomatische patiënten kunnen zich presenteren met langzaam in ernst toenemende klachten (80%), met een ileus (15%) of met een perforatie ( 5%).

 

Diagnostiek

            • Sigmoïdo-/ coloscopie met biopsie. Eventueel X-colon indien tumor niet te passeren is

           • Pre-operatief echo-onderzoek van de lever: bij diffuse levermetastasen kan “stenten” van de tumor overwogen worden, eventueel in combinatie met chemotherapie. Er hoeft dan (nog) geen chirurgische interventie plaats te vinden

            • Een X-thorax informeert over eventuele metastasen op afstand.


            • Een pre-operatieve CEA-waarde wordt bepaald. Alleen als deze pre-operatief verhoogd is, heeft de bepaling daarvan tijdens de follow-up zin.

            • In geval een patiënt zich presenteert met een ileus zonder prikkelingsverschijnselen, kan een X- gastrografine-inloop gemaakt worden, om een indruk over het niveau van de afsluiting te verkrijgen.

            • N.B.: Tevoren reeds bedenken voor welke studie de patiënt in aanmerking zou kunnen komen!

            In het algemeen geldt de diagnose colorectaal carcinoom als een zekere operatie indicatie.

 

Stadiëring

Pre-operatieve stagering van een coloncarcinoom is eigenlijk niet goed mogelijk, behalve voor het rectum carcinoom. De post-chirurgische stadiëring geschiedt nog volgens Dukes met de modificatie van Astler-Coller. Langzamerhand wordt overgegaan, in nauw overleg met de pathologie en de radiotherapie, tot toepassing van het TNM-systeem.

 

Voorbereiding

• Darmvoorbereiding : Alleen patiënten waarbij er mogelijk een deviërend stoma wordt aangelegd, is er een indicatie voor darmvoorbereidng. Alle anderen kunnen met een klysma s’avonds en s’morgens voor de OK worden voorbereid

            Een half uur voor de inleiding wordt de antibiotische profylaxe gegeven.

 

Operatie

Een enkele uitzondering daar gelaten (zie eerder), kan men zeggen dat chirurgie voor zowel de in opzet curatieve, als de palliatieve behandeling van het colorectale carcinoom, de eerste keus is. De curatieve behandeling berust in principe op een adequate locale resectie van het tumor-dragende darmdeel, met een zo ruim mogelijk gebied van primaire en secundaire regionale lymfklierstations.

We onderscheiden drie groepen lymfklier stations:

            paracolische (primaire), langs de perifere arcaden naar de darm. Van hieruit verlopen de lymfbanen naar de:

            intermediaire groep (secundaire), waarvan iedere klier meerdere verzamel banen ontvangt, halverwege het mesenterium, en nabij de arteriën gelegen. Zij draineren op de:

            centrale groep, aan de basis van het mesenterium gelegen.

 

In ongeveer 12% zijn de centrale klieren tumor positief, als de klieren paracolisch en intermediair negatief zijn, echter voornamelijk bij lage, linkszijdige tumoren. Van hier volgt de lymfstroom hoofdzakelijk de arteriële vaten, minder de veneuze portale stroom.

De lymfkliermetastasering kent in het algemeen een ordelijk, stapsgewijs verloop van paracolisch, via intermediair naar centraal. Skip-metastasering treedt slechts in 1-5% op. Door een ruime regionale klierdissectie wordt het achterlaten van eventuele "retrograde" metastasen verminderd.

Technisch moeten oncologische principes gevolgd worden:

• Na het openen van het peritoneum, de lever inspecteren en Cavum Douglasi, op eventuele periotenale metastasen. Locale resectabiliteit beoordelen aan de hand van eventuele doorgroei naar aangrenzende structuren.

            • ver van de tumor zelf blijven

            • niet drukken of trekken

            • occlusie darmlumen ter weerszijden van de tumor


• indien tumor-doorgroei wordt vermoed ("adhesies"), naar buikwand of darm of andere structuren, een en bloc resectie, met medeneming van peritoneum, of buikwand, dan wel dunne of dikke darm, omentum etc. verrichten, maar nooit proberen het "even" los te maken.

 

TUMOREN

Coecum / colon ascendens

• Langs de "white line" het peritoneum incideren en het colon over zijn gehele lengte mobiliseren, door in het losmazige juiste dissectievlak te blijven dat de scheiding vormt tussen de viscerale en pariëtale laag. Door dat consequent en zorgvuldig vol te houden komt men altijd in een laag uit die juist boven de ovariële cq. testiculaire vaten blijft en de ureter, alsmede de para-aortale sympatische zenuwbanen en het duodenum ongemoeid laat.

Het volgen van dit anatomisch zeer goed te herkennen vlak vergemakkelijkt altijd de dissectie voor alle colon en ook rectum tumoren.

Het te reseceren mesenterium dient de a. ileo-colica, de colica dextra en de rechter tak van de colica media te bevatten. Een kleine 10 cm distale ileum moet hierom worden mee gereseceerd.

            • Pas op voor de rechter ureter en het duodenum II en III

            • De transsectie kan met de stapler geschieden, waarna overhechten met PDS 3.0.

            • De side-to-side anastomose wordt in één laag gelegd met doorlopend PDS 3.0.

            • Mesenteriumdefect sluiten.

            • Zorgvuldig spoelen van de buik. Drain niet gewenst.

            Huid naar keuze

Flexura hepatica

Hier gelegen tumoren metastaseren zowel langs de a. colica media als de colica dextra en de ileo-colica. Derhalve een "extended right colectomy", waarbij het grootste deel van het colon transversum wordt meegereseceerd.

Colon transversum

De metastasering verloopt hier langs de gehele a. colica media. Beide flexuren worden meegereseceerd. Het lig. gastro-colicum wordt langs de gastro-epiploïsche vaten doorgenomen. Het omentum majus wordt derhalve mee gereseceerd. Het mesocolon transversum wordt over zijn gehele lengte langs de onderrand van het pancreas doorgenomen, onder transluminatie.

De transversum-resectie heeft een relatief hoge incidentie van naadlekkage. Daarom is het vaak aangewezen om het resterende rechter colon mee te reseceren en zo een veilige, spanningsloze, side-to-side ileo-descendostomie te kunnen maken.

Flexura lienalis

Zowel klieren langs de takken van de a. colica media als van de colica sinistra zijn bij potentiële metastasering betrokken. Daarom wordt het linker mesocolon over de fascie van Gerota vrijgemaakt tot aan het duodenum en de oorsprong van de a. mesenterica inferior, die niet wordt opgeofferd. De a. colica sinistra wordt zodanig gekliefd dat de sigmoïdale takken gespaard blijven. Continuïteitsherstel kan middels een colo-colostomie gebeuren doch even goed na mede verwijdering van het rechter colon door een ileo-sigmoïdeostomie. Let hierbij op linker ureter, de milt en de pancreasstaart.

Colon descendens

Metastasering treedt op alleen langs de a. colica sinistra. Als er door centrale metastasering lymfe-afvloedbelemmering is, kan retrograde metastasering optreden tot langs de linker tak van de colica media. Deze behoort dus in de resectie betrokken te worden.

De v. mesenterica inferior wordt doorgenomen boven het duodenum bij de onderrand van het pancreas. Het mesenterium wordt verder met de linker takken van de a. colica media gereseceerd. Het distale resectie niveau wordt gekozen in het distale deel van het sigmoïd, naar mediaal houden we als grenzen de aorta en het duodenum. Een end-to-end of side-to-side anastomose tussen het resterende colon transversum en het sigmoïd is meestal goed mogelijk. Let hierbij op de milt, de pancreasstaart en de linker ureter.

Acute operatie

Het betreft hier meestal een operatie wegens een obstruerende laesie, welke niet gestent kan worden als “ bridge to surgery ”, of indien er sprake is van perforatie. Afhankelijk van de intra-operatieve bevindingen, wordt in principe gestreefd naar een lokaal adequate resectie van het tumor dragende darmgedeelte. In iedere afzonderlijke situatie moet beoordeeld worden of het leggen van een anastomose verantwoord, c.q. gewenst lijkt. Zo niet, dan kan voor de aanleg van stomata gekozen worden. Bij rechtszijdige resectie in principe per primam anastomose. In geval van linkszijdige obstructie kan de subtotale colectomie met primaire anastomose een goede optie zijn.

Follow-up

Zinvol in vooral de eerste twee jaar na operatie bij patiënten, die:

            • een curatief geachte operatie ondergingen

• qua conditie een eventuele re-operatie voor lokaal recidief, of metastasectomie uit lever of long kunnen ondergaan (let op leeftijd). Voor de overige patiënten, waarbij het vervolgen niet zo zeer gericht zal zijn op vroege detectie van mogelijke recidieven, is controle zeker in de eerste periode wel noodzakelijk. Eerste twee jaar om de drie maanden, daarna om de zes maanden tot 5 jaar postoperatief:

 

* CEA bepalen alleen als het pre-operatief verhoogd was

** Een volledige coloscopie dient voorafgaand of < 3 maanden na de operatie te hebben plaatsgevonden

Bij verhoogd CEA en negatieve echo en X-thorax: Ct abdomen > Ct thorax > PET scan overwegen.

Bij passage klachten, aanhoudend pijn, bloed-/ of gewichtsverlies: Coloscopie en/of Ct scan overwegen.