TNM CLASSIFICATIE VAN
MAMMA TUMOREN (UICC 2002)
T – primaire tumor
TX niet vast te stellen
T0 geen aanwijzingen voor primaire tumor
Tis carcinoom
in situ
Tis(DCIS) ductaal
carcinoom in situ
Tis(LCIS) lobulair
carcinoom in situ
Tis(Paget) Paget van de tepel zonder tumor
Nb. Paget met tumor wordt geclassificeerd aan de hand van de tumorgrootte
T1 tumor 2 cm of kleiner in grootste dimensie
T1mic microinvasie
0,1 cm of minder in grootste dimensie
(1)
T1a meer
dan 0,1 cm maar niet meer dan 0,5 cm
T1b meer
dan 0,5 cm maar niet meer dan 1 cm
T1c meer
dan 1 cm maar niet meer dan 2 cm
T2 tumor meer dan 2 cm maar niet meer dan 5
cm in grootste dimensie
T3 tumor meer dan 5 cm in grootste dimensie
T4 tumor van elke grootte met directe uitbreiding in borstwand
of huid zoals beschreven in T4a t/m T4d
NB. De borstwand houdt in ribben, intercostale spieren, en de m. serratus anterius, maar niet de m.
pectoralis
T4a uitbreiding
in de borstwand
T4b oedeem
(waaronder peau d’orange), of ulceratie
van de huid van de borst, of huidsatellieten
in de huid van de borst
T4c 4a
en 4b
T4d inflammatoir
carcinoom (2)
Ad 1) microinvasie is de uitbreiding van
carcinoom
buiten
de
basaalmembraan
in
omgevende
weefsels
in
een
gebied
kleiner
dan
0,1
cm. Als er verschillende gebieden met invasie zijn, moet de grootste gebruikt worden om microinvasie vast te stellen
(de verschillende gebieden moeten niet opgeteld worden). Multipele foci met microinvasie moeten wel vermeld worden.
Ad 2) inflammatoir carcinoom
wordt gekenmerkt door diffuze huidinduratie met een erysipelas-achtig aspect, meestal zonder onderliggende tumormassa.
Als er in huidbiopten
geen tumor wordt gevonden en er geen
meetbare tumor is, is de pT classificatie
pTX, terwijl de klinische classificatie
T4d is. Dimpling van de huid, tepelretractie en andere huidveranderingen, behalve zoals genoemd onder T4b en T4d, kunnen voorkomen bij T1, T2, of T3, zonder
de classificatie te beïnvloeden.
N – regionale lymfklieren (klinisch – c)
NX niet te beoordelen (bijv. na eerdere klierdissectie)
N0 geen regionale klier metastasen
N1 metastasen in mobiele ipsilaterale okselklier(en)
N2 metastasen in gefixeerde
ipsilaterale okselklier(en), of klinisch
ontdekte (3) ipsilaterale parasternale klieren zonder klinisch evidente
okselkliermetastasen
N2a metastasen
in onderling verbakken klieren of met
andere structuren vergroeide klieren
N2b metastasen
uitsluitend in klinisch ontdekte (3) ipsilaterale parasternale lymfklieren
zonder klinisch evidente okselkliermetastasen
N3 metastasen in
ipsilaterale subclaviculaire klier(en) met of
zonder okselkliermetastasering; of klinisch ontdekte (3) ipsilaterale parasternale metastasering samen met klinisch
evidente okselkliermetastasering; of metastasen in ipsilaterale supraclaviculaire lymfklier(en) met of zonder oksel-of parasternale kliermetastasering
N3a metastasen
subclaviculair
N3b metastasen
parasternaal en in oksel
N3c metastasen
supraclaviculair
Ad 3) klinisch ontdekt = d.m.v. lichamelijk onderzoek of
m.b.v. beeldvorming
(met uitzondering van lymfoscintigrafie)
M – metastasen op afstand
MX niet vast te stellen
M0 geen aanwijzingen
voor afstandsmetastasen
M1 afstandsmetastasen
pTNM – classificatie op
basis van pathologie bevindingen pT – primaire tumor
Voor het vaststellen
van
de
pT
is
een
macroscopisch
volledige
excisie van de tumor vereist. De pT kan
bepaald
worden in geval van
microscopische
uitbreiding in een resectievlak.
NB. De pT is een maat van de invasieve component.
Als er een grote in situ component is (bijv. 4 cm) en een kleine invasieve (bijv. 0,5 cm), wordt de tumor
gecodeerd als pT1a.
pN – regionale klieren
(4)
pNX niet
vast te stellen
pN0 geen
regionale metastasen (5)
pN1mi micrometasasen
(groter dan 0.2 mm maar niet groter dan 2 mm in grootste dimensie)
pN1 metastasen in 1 t/m 3 ipsilaterale
okselklieren
en/of
parasternale metastasen in klinisch onverdachte
klieren
die
uitgenomen zijn n.a.v. schildwachtklier onderzoek
pN1a 1
t/m 3 okselkliermetastasen, waarvan tenminste
een groter dan 2 mm
pN1b metastase
in klinisch onverdachte parasternale klier
uitgenomen n.a.v. schildwachtklier onderzoek
pN1c pN1a
en pN1b
pN2 metastasen
in 4 t/m 9 okselklieren of in klinisch verdachte
parasternale klier zonder okselkliermetastasen
pN2a
4 t/m 9 okselkliermetastasen waarvan
tenminste een groter dan 2 mm
pN2b
metastase in klinisch verdachte parasternale
klier zonder okselkliermetastasen
pN3 metastasen
in
minstens
10
okselklieren;
of
subclaviculaire
metastase;
of
metastasering in klinisch verdachte parasternale
klier(en) samen met okselkliermetastasen; of in meer dan 3 okselklieren
samen met metastase in klinisch onverdachte parasternale klier; of ipsilaterale supraclaviculaire
metastase
pN3a metastasen in minstens 10 okselklieren waarvan tenminste een groter dan 2 mm of metastase in subclaviculaire klier
pN3b metastasen in klinisch verdachte parasternale klier(en) samen met
okselkliermetastasen;
of
metastasen
in
tenminste
3
okselklieren samen met parasternale metastasen
in klinisch onverdachte klieren, uitgenomen
n.a.v. schildwachtklier onderzoek
pN3c metastase in supraclaviculaire klier
Ad 4) voor
het
vaststellen
van
de
pN
moet in ieder geval een dissectie van de level
I
okselklieren worden uitgevoerd. Als de okselklierstadiëring
gebaseerd is op een schildwachtklierprocedure moet
(sn) toegevoegd worden in de codering,
bijv. pN1(sn).
Ad 5) gevallen waarbij
uitsluitend geïsoleerde tumorcellen worden gevonden,
worden als pN0 gecodeerd. Geïsoleerde tumorcellen zijn solitaire
cellen of kleine clusters,
minder dan 0,2 mm in grootste dimensie, die meestal d.m.v. immunohistochemische kleuring ontdekt
worden; meestal ontbreekt
een stromareactie (vaatproliferatie/desmoplasie).
pM – afstandsmetasasen
De categorieën corresponderen met de klinische M.
|
Stadiering |
|
|
|
|
Stadium 0 |
Tis |
N0 |
M0 |
|
Stadium I |
T1 |
N0 |
M0 |
|
Stadium IIA |
T0 |
N1 |
M0 |
|
|
T1 |
N1 |
M0 |
|
|
T2 |
N0 |
M0 |
|
Stadium IIB |
T2 |
N1 |
M0 |
|
|
T3 |
N0 |
M0 |
|
Stadium IIIA |
T0 |
N2 |
M0 |
|
|
T1 |
N2 |
M0 |
|
|
T2 |
N2 |
M0 |
|
|
T3 |
N1,2 |
M0 |
|
Stadium IIIB |
T4 |
N0,1,2 |
M0 |
|
Stadium IIIC |
any T |
N3 |
M0 |
|
Stadium IV |
any T |
any N |
M1 |
Definitie regionale klieren:
1. oksel (ipsilateraal): interpectoraal (Rotter),
lymfklieren langs v.axillaris en zijtakken:
a) level I (laag): lateraal van de laterale rand
van de m. pectoralis minor
b) level II (centraal): tussen mediale en laterale
randen van m. pectoralis minor, en de
interpectorale klier(en)
c) level III (apicaal): apicale klieren en mediaal van de mediale rand van de m. pectoralis minor, inclusief de zgn subclaviculaire, infraclaviculaire, of apex
klier(en)
NB. Intramammaire
klieren worden gecodeerd als okselklieren
2. infra/subclaviculair
3. parasternaal : lymfklieren in de ipsilaterale intercostale ruimten
4. supraclaviculair.
Voor verdere informatie,
zie: http@tnm.uicc.org