PERI-OPERATIEF
BELEID VAATPATIËNTEN
Pre-operatief
Enkel arm-index
Bij elke patiënt wordt als
onderdeel van de opname de enkel-arm index aan twee zijden gemeten en genoteerd
in de status. Dit is aan beide kanten de enkeldruk gedeeld door de hoogst
gemeten systolische bloeddruk aan de arm (dus linker of rechter arm).
Antibiotica
Profylactisch: Mandol 2 gram i.v.
te geven bij de inleiding. Na inbrengen prothesemateriaal nog drie maal 1 gram
Mandol i.v. a 6 uur. Bij hemodialysepatiënten startdosis Mandol 1 gram i.v..
Bij amputatie bij patiënten met diabetische voet tevens clindamycine 600 mg
i.v. eenmalig bij inleiding. Meestal is dit echter al op de afdeling gestart.
Antistolling
Vanaf moment van opname krijgt de
patiënt subcutaan Fraxiparine afhankelijk van het gewicht <70 kg 2850 i.e.
of >70 kg 5700 i.e. 1 maal daags ’s avonds. Voor alle vaatoperaties dient
Acenocoumarol (sintrommitis) 3 dagen tevoren gestopt te worden. Dit wordt bij
indicatiestelling ingevuld op het opnameformulier. Als carbasalaatcalcium
(Ascal) gestopt wordt voor de operatie dan gebeurt dit 5 dagen tevoren. Uitzondering
is de carotisendarteriectomie waarbij Ascal gecontinueerd moet worden.
Secundaire preventie
Alle vaatpatiënten hebben of krijgen preoperatief een statine
(voorkeur: simvastatine 40 mg 1 maal daags ’s avonds in te nemen).
Literatuur
Schouten O, Bax JJ, Dunkelgrun M, Feringa HH, van Urk H, Poldermans D. Statins for the prevention of perioperative
cardiovascular complications in vascular surgery. Journal of vascular Surgery 2006 44:2;
419-424
Bij cardiale belasting dient
preoperatief een β-blokker te worden gegeven. Zie advies anesthesiologie
status. Zo mogelijk minstens 1 week tevoren starten.
Per-operatief
Antistolling
Vóór afklemmen van de arterie
1mg/kg (=100 i.e./kg) lichaamsgewicht heparine i.v. Bij geruptureerde
aneurysmata wordt niet gehepariniseerd. Aan het einde van de operatie wordt de
heparine doorgaans geantagoneerd met protamine om nabloeding te voorkomen.
Intra-operatieve monitoring
Bij centrale reconstructies kan
met behulp van de steriele doppler de flow gecontroleerd worden over de
reconstructie en de acceptor arterie. Centraal wordt geen angiografie
vervaardigd.
Bij perifere vaatreconstructies en
bij inbrengen van een endoprothese hoort de patiënt op een schuiftafel te
liggen. Op indicatie wordt na perifere bypasschirurgie aan het eind van de
operatie een peroperatieve angiografie gemaakt via een (roze) venflon proximaal
in de bypass. Afgebeeld dienen te worden de bypass, anastomosen en uitstroom
traject tot de voet. Bij in situ bypass de naald niet te distaal plaatsen zodat
ook de eerste klep beoordeeld kan worden. Zijtakken markeren met (kleine)
naalden in de huid. Het alternatief bij een in situ bypass is het gebruik van
de steriele doppler met sequentieel afdrukken van de bypass om zijtakken te
detecteren .
Post-operatief
Mobilisatie
bij abdominale vaatoperaties als bij andere laparotomieën. Na perifere
operaties in principe direct mobiliseren.
Alle
patiënten krijgen tenminste Ascal 100 mg 1 maal daags, ook na PTA. Ascal is
geen profylaxe voor diepe veneuze trombose. De Fraxiparine moet dan ook
gecontinueerd worden tot ontslag of zoveel eerder als patiënt volledig mobiel
is. Patiënten met veneuze infrainguinale bypasses worden ingesteld op
Acenocoumarol tenzij de operateur anders afspreekt.
Literatuur
Efficacy of oral anticoagulants compared with aspirin
after infrainguinal bypass surgery (The Dutch Bypass
Oral Anticoagulants or Aspirin Study): a randomised
trial. Lancet. 2000 Jan 29;355(9201):346-51.
Iedere
patiënt krijgt levenslang simvastatine 40 mg 1 maal daags, ’s avonds in te
nemen, tenzij er door een ander specialisme een alternatieve statine is
voorgeschreven.
Bij iedere
patiënt wordt op de dag van de interventie door de zaalarts of co-assistent een
enkel-arm index gemeten en genoteerd in de status. Bij stijging <10% aan de
geopereerde zijde wordt contact opgenomen met de operateur. Bij langer verblijf
wordt vlak voor ontslag de enkel-arm index herhaald.